De factor 1/(n+1)2
-1/n2, die
voorkomt in de uitdrukking voor de energie-sprongen van een
elektron in een waterstofatoom (en voor de maan rond de aarde),
is heel klein voor grote n.
We onderzoeken hoe klein.
- Bereken wat er uitkomt voor n=10,
n=100, n=1000,
n=10000,….
- Maak de breuken gelijknamig. Laat zien dat er –(2n+1)/n2(n+1)2
uitkomt.
- Voor heel grote n
mag je in de teller de 1 verwaarlozen, in de noemer ook. Wat
krijg je dan?
- Hoeveel keer zo klein wordt de uitkomst als n
10 keer zo groot wordt?
- Controleer of de in de tekst genoemde factor die hoort bij
de quantum-sprongen van de maan past bij de genoemde n
van de aangeslagen toestand.
- Verschillen in uitkomst als je twee dicht bij elkaar
liggende waarden invult, hebben te maken met de afgeleide. Wat
is de afgeleide functie van f(x)=1/x2
? Zie je het verband met vraag c)?