Oriëntatieopdracht - Hoe komt iets van zijn plaats?
Vul de juiste woorden in op de juiste plaats. Kies uit: emissie, energie, fluctueert, foton, lichter, meteoor, ondieper, thermische:
Een strandbal die in een kuil in de duinen ligt, kan op
verschillende manieren van zijn plaats komen. Een kind kan hem
oppakken en ergens anders neerleggen. Het kind levert de …a…
om de bal uit de kuil te tillen. Die is gelijk aan Ez=m
• g • h, het kost dus meer moeite bij een diepere kuil of
bij een zwaardere bal.
De …b… om uit de kuil te komen kan ook worden geleverd door
een windvlaag. Een groot aantal luchtmoleculen beweegt dan
gemiddeld één kant op. Ze botsen tegen de bal en duwen hem van
zijn plaats. De wind is niet constant, hij …c…. Het is een
kwestie van toeval of de bal uit de kuil waait. Het moment waarop
het gebeurt is niet te voorspellen. Wel is de kans dat het gebeurt
groter als de kuil …d… is of als de bal ….e… is.
Als een elektron voldoende energie krijgt, kan het een stuk metaal
verlaten. Bij het foto-elektrisch effect krijgt een elektron zijn
energie in één keer, het absorbeert dan één …f…. Maar in
ouderwetse televisies komen de elektronen vrij doordat het metaal
heel heet wordt gemaakt. Dit heet thermische …g….
Willekeurige warmtebewegingen geven de elektronen hun energie. Hoe
heter, hoe meer elektronen vrijkomen.
Ook de moleculen in een gas voeren willekeurige bewegingen uit,
die groter zijn naarmate de temperatuur hoger is. Deze thermische
fluctuaties zorgen dat een gas diffundeert, ze zorgen dus dat je
bijvoorbeeld gasmoleculen die ergens ontsnappen na een tijdje in
je neus kunt waarnemen. Bij het absolute nulpunt houden deze …h…
fluctuaties op. Als een verschijnsel niet afhankelijk is van de
temperatuur, dan weet je dat …i… fluctuaties niet de
oorzaak van het effect zijn.
Op de maan zou een strandbal eeuwig in dezelfde kuil kunnen
blijven liggen. Er zijn geen maanmannetjes om hem op te pakken, er
is geen wind die hem wegblaast. De moleculen van de maanbodem
trillen wel en tikken daarbij tegen de bal, maar deze thermische
fluctuaties zijn veel te klein om een strandbal te verplaatsen.
Een maanbeving of de inslag van een …j…, dat zouden wel
oorzaken van een verplaatsing kunnen zijn.