2.1  Wat we dachten te weten in 1900

Deeltjes

Tussen 1600 en 1700 is de mensheid dankzij Galileo Galileï en Isaac Newton gaan begrijpen waardoor de beweging van een voorwerp wordt bepaald. Een belangrijke eigenschap van een kogel of van een karretje is de massa m. De positie noemen we x. Hoe snel de positie verandert in de tijd noemen we de snelheid v. De versnelling a geeft aan hoe snel de snelheid verandert. Al deze eigenschappen van de baan kun je op elk moment bepalen. Het belangrijkste verband in de klassieke mechanica is de tweede wet van Newton, waarmee je kunt berekenen hoe groot de versnelling is als je op een voorwerp met massa m een kracht F uitoefent: a = F/m. Als je de versnelling op elk moment weet, kun je met Δv = a ∙ Δt en Δx = v ∙ Δt de snelheid en de positie ook bepalen. De baan van het deeltje ligt daarmee vast, als functie van de tijd. Je weet x(t).

Als je een karretje aanduwt, of als je een steen wegschiet met een katapult, geef je bewegingsenergie mee. De hoeveelheid energie die het voorwerp heeft, is gelijk aan Ekin = 1/2 m ∙ v2. Ook de bewegende moleculen in de lucht kunnen op deze manier worden beschreven: als kleine voorwerpen met massa m, waarvan de banen in principe te bepalen zijn, en die een kinetische energie hebben. Dergelijke kleine materiële voorwerpen (atoom, molecuul, elektron,…) noemen we deeltjes.

Deeltjes kun je tellen, ze komen voor in gehele aantallen. Je kunt van elk deeltje afzonderlijk de positie bepalen en als je de kracht weet ook de baan. In de praktijk weet je niet de baan van elk afzonderlijk molecuul, maar dat is alleen maar zo omdat het teveel rekenwerk is.

Laplace

Deze ideeën achter de mechanica van Newton hadden invloed op hoe je over het hele heelal en het leven kon denken. Pierre-Simon Laplace, een groot wis- en natuurkundige uit de tijd van Napoleon, formuleerde het zo: ‘als een geest op zeker moment alle posities en snelheden zou kennen en bovendien die gegevens aan analyse zou kunnen onderwerpen, zou hij toekomst en verleden op slag voor ogen hebben en zou er geen onzekerheid voor hem bestaan.’

Natuurlijk was dit in de praktijk al onmogelijk, maar we zullen zien dat de quantumregels aantonen dat dit ook principieel onmogelijk is.

Bron: Wikipedia