Schrijf op wat de volgende woorden buiten de natuurkunde betekenen:
kwantum (denk aan kwantumkorting), tunnel, spectrum, dualiteit, relatie.
Kijk in de inhoudsopgave en bedenk welk hoofdstuk bij welke vakjes
hoort. Schijf de nummers van de hoofdstukken 2 tot en met 5 op, met steeds
de juiste begrippen erachter.
Bij welk leeg vakje a tot en met e horen de volgende
eigenschappen en toepassingen: atomen trillen in molecuul; digitale
camera; golflengte; neonlamp; x(t), v(t) en a(t)?
Bedenk drie vragen waarvan je denkt dat ze in deze module zullen worden
beantwoord.