2.3 Alles of niets met licht

Licht heeft een golfkarakter en een deeltjeskarakter

Dat lichtpakketjes in hun geheel worden geabsorbeerd of niet, dat is niet erg golfachtig. Je bent gewend te denken dat golven een willekeurige amplitude en dus een willekeurige hoeveelheid energie kunnen hebben, en een willekeurig deel van hun energie kunnen afgeven. Voor licht is dat dus niet zo.

Licht heeft wel golfeigenschappen, dat zie je aan de proef van Young. Maar het heeft ook deeltjeseigenschappen, dat zie je aan het foto-elektrisch effect. Op welke plaats de fotonen terechtkomen, dat wordt bepaald door de golfeigenschappen. Maar licht wordt als hele deeltjes geabsorbeerd.

Figuur 2.18 Fotonen worden per stuk geabsorbeerd. Op sommige plaatsen
komen er meer terecht, op andere minder.
Ontleend aan A. Rose, Adv. in biol. and med. phys., 5, 211, 1957

Vanwege de kleine waarde van de constante van Planck, zijn de energiepakketjes E=h∙f  klein, voor zichtbaar licht ongeveer 10-18 J, een miljardste van een miljardste van de energie die nodig is om een kilogram tien centimeter op te tillen. Maar net als bij afmetingen zegt een kleine getalswaarde niets. Het gaat erom waar je het mee vergelijkt. Als er een foton op jou schijnt, val je daar echt niet van om. Vergeleken met de energie die daarvoor nodig is, is de energie klein. Maar voor een elektron is het veel om te absorberen. Je merkt iets van de afzonderlijke fotonen als de totale energie klein is, dan is één foton een slok op een borrel.