4.3 Systemen met meerdere elektronen

Moleculen

De hele scheikunde is een spel van elektronen. Als atomen bij elkaar in de buurt komen, zitten de kernen diep van binnen en maken alleen de elektronen contact. En dan is het de vraag wat er gebeurt. In sommige gevallen blijven de elektronen bij hun eigen atoom, soms worden bindingen gevormd, soms staat het ene atoom een elektron helemaal af aan het andere.

Wat er gebeurt bij de vorming van een molecuul is een samenspel van verschillende krachten en effecten: er zijn nu meerdere kernen die de elektronen aantrekken, de elektronen kunnen beschikken over een grotere ruimte (omdat een molecuul groter is dan een atoom), waardoor hun de broglie-golflengte groter kan zijn en waardoor dus hun kinetische energie kleiner kan zijn, er zijn afstotende krachten tussen de elektronen, en er is het Pauli-principe dat zegt dat twee elektronen niet in dezelfde toestand kunnen zitten.

Voorspellen wat er precies gebeurt is ingewikkeld, maar er zijn wel algemene regels. Zo wil een atoom met één elektron in zijn buitenste schil graag reageren met een atoom waarvan de buitenste schil juist op één elektron na gevuld is.