Inleiding
Het lijken twee heel saaie proeven, waar dit hoofdstuk over gaat. Schiet elektronen op een plaatje met twee spleten en kijk wat je achter het plaatje ziet. Schijn licht op een stukje metaal en kijk of er elektronen uit komen. Maar door dit soort proeven veranderde begin twintigste eeuw het hele idee van wat elektronen zijn en van wat licht is. Bovendien kun je zonder de eerste proef niet begrijpen hoe een medicus met een elektronenmicroscoop afbeeldingen kan maken met meer details dan met een gewone lichtmicroscoop. En zonder de tweede proef kun je niet begrijpen hoe de nachtzichtkijker van de militair andere straling kan registreren dan het oog of een gewone digitale camera.
Paragraaf 1 gaat over wat de mensheid vóór 1900 dacht te weten over golven en deeltjes. In paragraaf 2 komt een onverwachte eigenschap van elektronen aan de orde. Daarna volgt in paragraaf 3 een onverwachte eigenschap van licht. Net als je denkt dat je de twee conclusies van dit hoofdstuk begrijpt, blijkt het er maar één te zijn. In de opgaven pas je alles toe op bijzondere microscopen, je oog, camera’s, luchtmoleculen, en elektronen in een atoom.
- 2.1 Wat we dachten te weten in 1900
- 2.2 Elektronen, niet zomaar geladen balletjes
- 2.3 Alles of niets met licht
- Samenvatting hoofdstuk 2
- Opgaven hoofdstuk 2