7.6 Waterstofatoom

Het elektron en het proton in een waterstofatoom ondervinden de aantrekking van de coulombkracht. Net als bij een quantumdeeltje in een put zijn de energietoestanden van het waterstof-elektron gequantiseerd:1 E n = R y n 2 n=1,2,3... met R y =13,61eV de rydberg-energie. Hoe groter n des te dichter liggen de energieniveaus bij elkaar.

In de quantummechanica wordt het waterstof-elektron beschreven met een golffunctie ψ . De kans om het elektron op een afstand r van de kern aan te treffen wordt gegeven door het kwadraat van de golffunctie | ψ(r) | 2 . In de grondtoestand ligt het maximum bij de bohrstraal a 0 5,29 10 2 nm , zoals in het voorbeeld berekend wordt.

Ter vereenvoudiging van de modelregels worden dimensieloze variabelen geïntroduceerd.

Formules uit Binas:

d 2 ψ(r) d r 2 +γ( E+f e 2 r )ψ(r)=0 f=1/4π ε 0 γ=8 π 2 m/ h 2

Differentievergelijkingen:

ψ =γ( E+f e 2 /r )ψ Δ ψ = ψ Δr Δψ= ψ Δr

Waterstofatoom:

a 0 = h 2 /(4 π 2 f e 2 m e ) E 1 =f e 2 /2 a 0 = R y a 0 2 R y γ=1

Dimensieloze variabelen:

x=r/ a 0 u 2 =E/ R y

Modelregels

0<x rechts v=2/x ψ =( u 2 v)ψ ψ = ψ + ψ dx ψ=ψ+ ψ dx x=x+dx

Grafisch model

??